Hieronder het voorwoord van het boek Takken en Zijtakken van de families de Vries en Hoekstra.

Ik heb dit zonder aanpassingen overgenomen, het boekje was voor mij de aanleiding om hier zelf
ook mee te beginnen.

Op 18 juli 2010 is de schrijver en onderzoeker van "Takken en Zijtakken", Pieter de Vries overleden,
voor mij een extra motivatie om zijn werk te mogen voortzetten. Zijn originele archief met kopieen
en veel aantekeningen heb ik mogen overnemen. Een enorme hoeveelheid werk heeft hier ingezeten,
vooral als je bedenkt dat er in die tijd nog niks beschikbaar was via de computer.

Mijn dank hiervoor Pieter!

Taco de Vries

 

VOORWOORD.

Als initiatiefnemer voor de totstandkoming van dit boekje wil ik mij eerst graag aan u voorstellen. Mijn
naam is Pieter de Vries: ik ben geboren op 8 februari 1923 in Drachten als zoon van het echtpaar
Kornelis Jacobus de Vries en Aaltje Ebeles Hoekstra, geboren in resp. 1877 en 1880. Verdere gegevens
over mij kunt u vinden in dit boekje, waarin uw en mijn voorgeslacht is beschreven.
Om te beginnen wil ik u graag vertellen hoe ik ertoe gekomen ben om het voor- en nageslacht van onze
voorouders uit te zoeken.
Eigenlijk heb ik me er altijd al over verbaasd dat we zo weinig weten van ons voorgeslacht en onze
verdere familie. De kennis van het voorgeslacht gaat meestal niet verder dan tot die van onze
grootouders.
Na het bezoeken van een open dag van de Burgerlijke Stand in mijn woonplaats Drachten, waarbij men
ons een blik in het verleden gunde door het tonen van in de archieven aanwezige geboorte-, huwelijks- en
overlijdensakten e.d., rijpte bij mij het plan om een stamboom op te zetten.
Ik begon met het uitzoeken van het voorgeslacht in alleen de rechtstreeks mannelijke lijn en bezocht
hiervoor de gemeentehuizen van Drachten, Bergum, IJlst en Buitenpost. Toen ik hiermee klaar was vond
ik het resultaat toch nog wat mager en besloot de gezinnen van mijn broers en zusters, en later ook die
van mijn ooms en tantes eraan toe te voegen. Dit bracht een geweldige toename van het aantal namen
met zich mee. En een niet voorziene uitbreiding van het zoekwerk!
Om welke families van het voorgeslacht het zou moeten gaan in mijn naspeuringen was vanaf het begin
duidelijk, nl. die van mijn vader de Vries en van mijn moeder Hoekstra.
Bij het zoeken naar de gegevens is er een groot verschil tussen de perioden vóór en ná het jaar 1811.
In het jaar 1811. tijdens de Franse bezetting, bepáalde Napoleon dat iedereen een familienaam moest
aannemen. De nieuwe familienaam werd officieel op een daartoe bestemd formulier vastgelegd. De
oudste persoon van een familie nam die naam ook aan voor alle op die datum in leven zijnde leden van
zjn familie.
Ook werd in het jaar 1811 de burgerlijke stand ingesteld en werd iedereen hierin ingeschreven d.m.v. een
volkstelling. Als gevolg hiervan zijn vanaf dat jaar in de gemeentelijke archieven de gegevens van
geboorte, huwelijk en overlijden vastgelegd, hoewel er vaak nog wel veel zoek en speurwerk voor nodig
is om te vinden wat je nodig hebt. Alles is handgeschreven en op datum in boeken bijgehouden.
Daamaast werden door ambtenaren zgn. tienjarentabellen gemaakt, waarin de akten over perioden van
tien jaren werden opgetekend; dit vergemakkelijkte het uitzoekwerk wel enigszins. Maar als je de datum
en plaats van geboorte, huwelijk en overlijden niet wist dan was het soms erg lastig om achter de
gegevens te komen. Vooral moeilijk was het dikwijls om uit te zoeken wie de nieuwe familienaam had
aangenornen en hoe die persoon vóór die tijd heette.
De oude naam (van vóór 1811) bestond gewoonlijk uit twee voornamen. lemand die bijvoorbeeld bij zijn
geboorte door zijn ouders als Hendrik werd aangegeven en een vader had die Pieter heette werd Hendrik
Pieters genoemd. Kreeg deze later kinderen dan werd de oudste zoon meestal vermoemd naar zijn
grootvader Pieter en heette dan vervolgens Pieter Hendriks.
Vóór het jaar 1811 bestond er geen burgerlijke stand en waren er dus ook geen geboorte-, huwelijks- en
overlijdensakten. Verder zoeken naar gegevens uit eerdere jaren is alleen maar mogelijk (en dan ook nog
zeer beperkt) in de kerkelijke archieven. belastingarchieven, gerechtelijke archieven en in het
Rijksarchief. Het laatste is zeer tijdrovend en levert vaak weinig of niets op.
Door het ontbreken van de familienamen in de jaren vóór 1811 kwam ik nog al eens voor de onzekerheid
te staan of ik wel de juiste persoon te pakken had; met behulp van andere gegevens moest dan steeds
worden vastgesteld of dat inderdaad het geval was.
Het zoeken naar stamboomgegevens wordt binnenkort een stuk eenvoudiger. Vrijwilligers en
medewerkers van het Rijksarchief zijn begonnen om de gegevens van de akten van de burgerlijke stand
uit de periode na 1811 vast te leggen in een computersysteem, waardoor in de toekomst door het
intikken van een naam de verschillende gegevens verkregen kunnen worden. Helaas heb ik hiervan nog
geen gebruik kunnen maken. In Friesland is men met dit “automatiseren” begonnen in de hiervoor als
voorbeeldgemeente aangemerkte stad IJlst, omdat dit zo’n kleine gemeente is. Ook in de gemeente
Smallingerland en enkele andere gemeenten is hiermee aan aanvang gemaakt.
De hierboven beschreven aanpak en de problemen, die zich hierbij konden voordoen hadden betrekking
op het zoeken naar gegevens van het voorgeslacht (tot omstreeks het jaar 1900). Voor het verkrijgen van
de verdere gegevens (dus van mijn eigen “familietak” en van die van mijn ooms en tantes) was de enige
rnogelijkheid om daarvoor de medewerking te vragen bij nog in leven zijnde familieleden. Ik heb dan ook
verscheidene personen gevraagd om van hun familietak of gezin mij de benodigde informatie te
verstrekken. Begrijpelijk is bet dat niemand van de aangeschreven personen zo gemotiveerd is als de
aanvrager en dat het een tijd duurt voordat alles binnen is.
Een familielid schreef. toen ik hem nog eens vroeg om de gegevens: “1k voel me niet geroepen meer tijd
hieraan te besteden, zoals u in feite in uw brief vroeg. Het spijt me zeer voor u, maar het is uw hobby en
niet de rnijne”. Nou is het mijn hobby ook beslist niet en heb ik mijn eigenlijke liefhebberijen een jaar
lang moeten opschuiven. Maar ook van dit familielid kreeg ik toch voldoende informatie om verder te
kunnen gaan.
Uiteindelijk kreeg ik van alle familieleden de gegevens, die ik nodig had. Ik wil daarom van deze
gelegenheid gebruik maken om iedereen hartelijk te bedanken voor de verleende medewerking! En stel
dan hierbij tevens vast dat we dit boekje, dat ik u hierbij aanbied, als familie samen hebben gemaakt.
Heel veel dank ben ik ook verschuldigd aan mijn broer Andries de Vries, die in Leiderdorp woont. Toen
ik besloten had om van bet werkstuk een volledige genealogie te maken bood hij aan mij te helpen, wat
ik met beide handen aannam. Ik ben hem zeer dankbaar voor de hulp die hij mij gegeven heeft. Achteraf
zie ik in dat ik bet zonder zijn hulp beslist niet klaar gekregen zou hebben. We hebben sindsdien prettig
samen gewerkt. Andries werd mijn compagnon en heeft me in alles gesteund. De werkverdeling was als
volgt: ik vroeg de gegevens op en Andries werkte die uit op de computer met een stamboom
computerprogramma.
Wij (mijn broer en ik) hebben ons steeds zorgen gemaakt over mogelijke fouten en onvolledigheden, die
in het boekje zullen kunnen voorkomen. Ondanks onze beduchtheid hiervoor en herhaaldelijke kontroles
is bet haast onvermijdelijk dat het geheel (met 1155 namen en 355 huwelijken) foutloos zou zijn. Onze
excuses hiervoor! Sommige handschriften waren ook af en toe moeilijk te lezen! Er is echter maar één
mogelijkbeid om geen fouten te maken, nl. er niet aan te beginnen. En dus hebben we het er maar op
gewaagd, in het besef dat u begrip zult hebben voor de onvolkomenheden.
Nog even iets over de aanpak, die ik me voornam toen ik aan dit karwei begon.
Ik startte als initiatiefnemer zonder opdracht. De opdracht die ik mezelf verstrekte hield in:
“Maak een opsomming van bet voor- en nageslacht van je familie, niet van bezittingen en
boerderijen, maar van mensen. Geen literair of geschiedkundig hoogstandje.
Met gegevens als datum en plaats van geboorte, huwelijk en overlijden, kerkelijke gezindheid en
woonplaats. Met eventueel wat nadere informatie over enkele mensen, als daarover wat
bijzonders te melden is en dat voor een grotere groep van bet nageslacht interessant is”.
Tenslotte in dit voorwoord nog wat informatie over de werkzaamheden. die in het voorgeslacht van de
families De Vries en Hoekstra werden verricht.

Van de familie DE VRIES is bekend dat bet houthandelaren waren in bet voorgeslacht in de periode
van 1750 tot 1900 en dat dit beroep werd voortgezet door mijn vader (Kornelis Jacobus de Vries) tot
bet jaar 1950. In die tijd was er nog geen olie of gas voor koken en stoken. Geen van zijn kinderen
voelde zich aangetrokken om bet beroep van hun vader voort te zetten.

Het ging toen in deze branche in de “Friesehe Wouden” als volgt:
Door een houthandelaar werd een perceel hout “op stam” gekocht in de bossen van Olterterp,
Beetsterzwaag of Bakkeveen. Het hout werd gehakt, verwerkt en verkocht in allerlei vormen en
afmetingen voor een grote varieteit van toepassingen. zoals: takkenbossen (voor het stoken van de ovens
van bakkers), afrasteringspalen in vele maten, brandhout (voor verwarming en koken), “talhoutjes” (die
per 100 of 1000 werden geteld en verkocht als aamnaakhout voor kachels en ook in grote hoeveelheden
werden verscheept naar de grote steden in het westen van Nederland), bezemrijs (voor het maken van
bezems), bonenstaken (voor de tuinders als steun voor stambonen).
In de maand mei, als de eikenbomen uitbotten, kwamen de zgn. eikschillers uit Gelderland om de bast
van omgezaagde eikenbomen los te kloppen. De eikschillers kwamen met hun hele gezin, namen hun geit
mee en sliepen bij de boeren in het hooi. De eikenbast werd in bossen gebonden en na gedroogd te zijn
verkocht aan de leerlooierijen.
Na 1910 werd eerst de houthandel uitgebreid met de handel in turf en enige tijd later met zwarte
brandstoffen.

Het beroep dat de voorouders aan vaderszijde van de familie HOEKSTRA uitoefenden in de periode
van 1750 tot 1950 was dat van scheepsbouwers; ze bezaten een scheepswerf in Bergumerdam aan het
Kolonelsdiep (nu Prinses Margrietkanaal) en twee werven in Rohel in de gemeenten Tietjerksteradeel en
Agtkarspelen.
Op deze werven werden schepen en schuiten gebouwd, eerst van hout en later ook van ijzer.
Deze vaartuigen deden dienst voor het vervoeren van materialen als hout, turf, hooi, vee e.d. en werden
gemaakt voor afnemers in de regio en ver daar buiten. Ook de bekende “skütsjes”, zeilende
vrachtschepen, zullen op deze werven gernaakt zijn.
In 1903 stak Liekele Hoekstra het IJsselmeer over en werd scheepstimmerman in Enkhuizen, waar weer
grotere schepen werden gebouwd.
Nazaten van de beide families De Vries en Hoekstra verspreidden zich over heel Nederland en velen
emigreerden naar Canada, de Verenigde Staten van Amerika en Australie. Anderen wonen en werken in
Afrika. Curacao en Indonesie.
1k spreek de hoop uit dat u de inhoud van dit boekje met belangstelling zult lezen
Graag maak ik van de gelegenheid gebruik om alle familieleden hartelijk te groeten.

 

Drachten, maart 1997.